Follow a Museum Day
februari 2, 2010
Als enthousiast twitteraar en cultuurliefhebber kon het mij vanmorgen natuurlijk niet ontgaan: 1 februari 2010 gaat de boeken in als follow a museum-day! Voor mij betekent dat dat ik ruim 10 musea extra volg, waaronder FOAM Amsterdam, Museum de Fundatie in Zwolle, het Van Abbemuseum, maar ook het Tate in London en het Guggenheim in New York. Het klinkt zo natuurlijk heel leuk – twitter kan de (potentiële) bezoeker ongetwijfeld meer bij het museum in kwestie betrekken dan tot nu toe mogelijk was. Maar eerlijk gezegd moet ik nog zien welke meerwaarde twitterende musea voor mij zullen hebben. De informatie waar ik naar zou zoeken zou voornamelijk actuele tentoonstellingen betreffen, maar ook bijvoorbeeld de visies die musea betrekken bij hun beleidsvorming. Ik denk dan bijvoorbeeld aan bronnen die conservatoren raadplegen om zelf op de hoogte te blijven: interessante blogs en artikelen uit de branche, vernieuwende projecten elders in de sector, etc. Net dat beetje extra achtergrondinformatie dat je in het museum zelf niet snel zult krijgen. Een kijkje in de keuken, als het ware. Ook zou het interessant kunnen zijn om een indruk te krijgen van wat musea van elkaar (en elkaars tentoonstellingen) vinden, zowel positief als negatief.
Maar, twitter is toch vooral een interactief medium. Als zelfs minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen zijn followers terugtwittert (wanneer zij interessante vragen of opmerkingen hebben, neem ik aan), zou je van musea ook een dergelijke benaderbare houding mogen verwachten. Toch zijn de reacties van deelnemende musea op follow a museum day die ik vooralsnog heb langs zien komen vooral een hartelijk welkom aan nieuwe followers, maar zie ik weinig inititatieven om ook gelijk gebruik te maken van die nieuwe doelgroep. Alleen het Nationaal Historisch Museum vroeg mij wat ik op twitter van hen verwachtte, wat natuurlijk ook wel weer past bij de reputatie van “museum van het volk” die het NHM graag lijkt te willen hebben. Op dit moment ben ik dus vooral benieuwd wat het getwitter van deze musea bij gaat dragen aan het beeld dat ik van ze heb. Het zijn stuk voor stuk musea die al in meer of mindere mate mijn belangstelling hebben, maar ik heb ze nog niet allemaal bezocht – deels omdat ik me nog geen echte voorstelling heb kunnen maken van wat ik kan verwachten, zowel op het gebied van kwaliteit als identiteit. Ik ben beniewd of ik daar via twitter een beeld van zal krijgen. Vooralsnog hoop ik vooral dat musea twitter, maar ook andere social networks, op een goede manier zullen gebruiken om het publiek te informeren en te interesseren. Er zijn zoveel musea in Nederland die nog nauwelijks bekend zijn, het lijkt me dat er nog genoeg te doen is.
De morele lessen van literatuur
januari 30, 2010
Ik zit al een tijdje te broeden op een blog over de spiegel die literatuur je voor kan houden en over waarom sommige boeken je zo tegen kunnen staan, ook wanneer het objectief gezien een goed geschreven verhaal is dat lezers over het algemeen aanspreekt. Dit naar aanleiding van verschillende ervaringen en gedachtes van de laatste tijd. Met de boekenclub waarvoor ik sinds najaar 2009 boeken lees, lazen we tot nu toe ‘De helaasheid der dingen’ van Dimitri Verhulst en ‘Het diner’ van Herman Koch. Het eerste vond ik, op het eerste gezicht, vreselijk, het tweede vond ik tegen verwachting in behoorlijk indrukwekkend. Bij een aantal van mijn leesgroepgenoten was het andersom: ze lazen ‘De helaasheid…’ met veel plezier, maar vonden ‘Het diner’ misschien niet direct slecht, maar wel te gewelddadig (en te bizar?) om zich nog met de hoofdpersonen te kunnen identificeren.
Natuurlijk zou ik dit verschil in opvatting graag wijden aan mijn superieure smaak, inlevingsvermogen en kennis van de menselijke natuur, maar dat is nu juist een standpunt dat ik niet lang voor mezelf hard kon maken. Na de discussie over ‘De helaasheid’ kon ik dit misschien nog eventjes volhouden, maar ook toen al sluimerde de herinnering aan een artikel in Psychologie Magazine van een tijd terug op de achtergrond. Dat artikel, samen met een essay van Renate Dorrestein in het NRC van 27 november 2009 (dat ik echter pas afgelopen maand las), zette me aan het denken over de vraag waarom sommige boeken ons zo tegenstaan. Het ging mij hierbij niet zozeer om wat een boek een móói boek maakt, maar dus juist om de oorsprong van zo’n negatieve leeservaring.
In het geval van deze twee boeken is er denk ik weinig twijfel over de kwaliteit van de schrijvers. Of ze aan de top van het literaire firmament thuishoren is misschien wel te betwisten, maar de populariteit van Verhulst en Koch bij zowel het grote publiek als de serieuzere lezers en critici lijkt er toch op te wijzen dat hun boeken niet direct aanstoot zouden moeten geven door hun twijfelachtige kwaliteit. Om nu de twee artikelen die ik noemde er bij te halen: het is al een tijdje geleden dat het betreffende artikel in Psychologie Magazine stond, maar de strekking kwam volgens mij neer op het idee dat wanneer je een hekel aan iemand hebt, dit vaak is omdat je een eigenschap van de ander herkent of benijdt. Je hebt bijvoorbeeld een hekel aan iemand die het altijd heeft over wat hij of zij allemaal enorm goed kan, omdat je zelf wel wat meer nadruk zou willen durven leggen op je kwaliteiten, of omdat je die neiging wel herkent, maar deze onderdrukt als onfatsoenlijk. Vervolgens las ik in Dorrestein’s essay het volgende:
“‘Het oprekken van het inlevingsvermogen zie ik als een belangrijke morele functie van de literatuur,’ aldus de Vlaamse schrijfster Anne Provoost vorig jaar in een interview met Literatuurplein.nl. Dat is een stelling die ik van ganser harte onderschrijf. Romans onderzoeken wat het betekent mens te zijn, ook in onmenselijke omstandigheden. Romans dagen ons uit ons te verdiepen in dilemma’s die niet de onze zijn. Fictie verruimt de blik en helpt de eigen en andermans onvolkomenheden onder ogen zien (…) Literatuur heeft de goede gewoonte morele dilemma’s op te werpen. Je kunt zelfs stellen dat literatuur de moraal mede vormgeeft. Niet omdat romans ons belerend toespreken, maar omdat wij zelf, al lezend, onze gevoelens over goed en kwaad herzien. Daarbij zijn kwesties van stijl en vorm van belang, want een verhaal-met-een-moraal is natuurlijk nog niet per definitie geslaagd, maar het kenmerk van een goed verhaal is wel dat het morrelt aan onze morele codes.”
Als ik literatuur en psychologie samenbreng, komt bij mij de gedachte op dat je wellicht een hekel aan een boek kunt hebben, omdat je er een kant van jezelf in herkent die je liever niet wilt kennen. Je hebt persoonlijke morele codes, een persoonlijk beeld van hoe de wereld zou moeten zijn, en een goed verhaal kan hier inderdaad aan morrelen. Afhankelijk van de morele code waarmee gebroken of geëxperimenteerd wordt sta je onbewust toe dat je verbeelding wel of niet ‘meerekt’ in het gedachtenexperiment dat de schrijver je aanbiedt. Daarmee zou mijn weerzin tegen de banaliteit in ‘De helaasheid’ voortkomen uit een wens te blijven geloven in een waarschijnlijk achterhaald beschavingsideaal (en het idee dat literatuur daaraan zou moeten bijdragen), en de bezwaren van mijn vrienden tegen het geweld in ‘Het diner’ uit idealisme dat hen doet geloven in de mogelijkheid van geweldloosheid. Ik kan natuurlijk niet voor mijn clubgenoten spreken, maar voor mijzelf denk ik dat deze redenering klopt. Zeker is in ieder geval dat mijn argumentatie dat ‘De helaasheid’ voor mij niets opleverde aan ‘geestelijke verbreding’, of hoe je het ook wilt noemen, absoluut niet vol te houden is: ik heb over weinig boeken, of in ieder geval over weinig leeservaringen, zo lang nog nagedacht.
De gebroeders Karamazov
december 3, 2009
Het grootste deel van de lente en de zomer van 2008 werden voor mij literair gezien bepaald door mijn worsteling met De gebroeders Karamazov van F.Dostojevski. We lazen deze nogal omvangrijke klassieker voor de Joesclub* en aanvankelijk kon het mij totaal niet bekoren. Het is dan ook even inkomen, met alle Russische namen en lange passages over religie waar je doorheen moet zien te komen. Maar inmiddels kan ik me die worsteling met Dosty, zoals ik ‘m al snel noemde, nauwelijks nog voorstellen. Op een gegeven moment was ik namelijk gewoon om – ik las hele passages als geniale openbaringen. De discussie die we er in de nazomer overhadden in Amsterdam verhevigde mijn enthousiasme alleen maar. Al pratende ontdekte ik weer nieuwe dingen, wilde ik weer herlezen.
Van het herlezen is nog niks gekomen – maar dat gaat zeker nog gebeuren, meer dan eens ook, vermoed ik – maar vanavond ben ik wel naar een toneelbewerking van het boek geweest. Hoewel ik een vrij ambivalente houding heb ten opzichte van theater, deed dit stuk van het Ro Theater het boek nauwelijks tekort. Nauwelijks, omdat sommige stukken die op papier echt heel indrukwekkend zijn, in het stuk niet uit de verf komen of überhaupt (terecht) niet voorkomen. Maar ook het stuk was indrukwekkend, ook bij het stuk voelde ik me tegen het eind meegesleept worden in de tragische, licht melancholische sfeer die ontstaat bij Dimitri’s aanvaarding van zijn lot. De verrassing dat de kaarten van sympathie aan het eind van het verhaal geheel anders geschud zijn dan aan het begin, wederom overviel het me.
Ik denk dat ik heel lang door zou kunnen gaan over kleine details en ideeën en uitspraken, ik zou ook het liefst nú weer beginnen met lezen. Maar ergens zou dat ook zonde zijn; als ik het niet doe, heb ik het immers op een later tijdstip nog te goed.
*De Joesclub is een boekenclub vernoemd naar zijn oprichter, bij wie ik – en de meeste andere leden ook – verschillende vakken heb gevolgd tijdens mijn BA geschiedenis aan de UU :)
Lezen in December
november 28, 2009
Wat zijn boeken toch fijn! Niet alleen het lezen, maar ook het met anderen praten over boeken. Of het struinen door boekhandels (echte en virtuele) op zoek naar net dat ene boek voor die ene persoon. Of gewoon bij toeval tegen zo’n boek aanlopen. Zoals bij zoveel dingen zal ik het wel weer behoorlijk romantiseren, maar lezen is ondanks dat de activiteit an sich toch vrij solitair is, zo’n bindmiddel tussen mensen, vindt u niet? Mensen die lezen kunnen volgens mij altijd wel een gemoedelijk gesprek met elkaar voeren. Of ik nu naast een vriendin van m’n moeder zit, praat met een verder onbekende medestudent of boekhandelmedewerkster, of met mensen die ik alleen via blogs of twitter ken – vaak is er op een bepaald punt zo’n moment van herkenning, over een boek dat je allbei waardeert, of gewoon omdat je er achter komt dat je allebei van lezen houdt, allebei die persoonlijke bibliotheek bij elkaar probeert te sprokkelen.
Ik heb aardig wat boeken op stapel staan om te lezen. En met twee boekenclubs en een scriptie om te schrijven heeft het lezen ook een extra dimensie gekregen; nog meer dan eerst is wat je leest iets geworden om te delen. Het liefst zou ik over elk boek dat ik met enthousiasme gelezen heb in ieder geval met één iemand die het ook gelezen heeft van gedachten willen wisselen. Niet per sé op hoog niveau, maar gewoon het gevoel delen dat je weer een boek hebt ontdekt waar je van hebt kunnen genieten. Lezen is eigenlijk – voor mij in ieder geval – een heel sociale hobby. Ik denk dat veel lezen in zekere zin mensenkennis verschaft, en zeker je horizon verbreed. Maar tegelijkertijd heeft een goed boek voor mij ook steevast het gevolg dat ik het zou willen delen – met vrienden, maar ook met die medeklant in de boekhandel die zo besluiteloos met dat fantástische boek dat ik net gelezen heb in de handen staat.
December is echt een ultieme leesmaand. Sowieso zijn herfst en winter natuurlijk uitermate geschikt (al vind ik álle seizoenen geschikt). Maar in December, met de feestdagen, de absolute vrije dagen en de behoefte om anderen blij te maken met een cadeau dat je echt speciaal voor hen uitzoekt, en die alle donkerste dagen waar je de hele dag met een dekentje om je heen op de bank zou kunnen zitten lezen, in die dagen krijgt het een bijna sprookjesachtige uitstraling.
Heerlijk, morgen is het Eerste Advent en met – hopelijk – het huis voor mezelf en véél regen tegen de ramen, hoop ik morgen in het lichte schijnsel van de adventsster die weer voor het raam hangt een heleboel te kunnen lezen. Hartelijk Advent allemaal :)
Terug uit Göteborg!
november 15, 2009
Een paar dagen al hoor, afgelopen woensdagnacht was ik weer in Zwolle. Zoals mijn facebook en/of twittervriendjes vast opgemerkt hebben, was ik halverwege de week nog niet echt enthousiast over hetgeen Göteborg te bieden had. Met Anna op haar congres en een beperkt aantal musea om te bezoeken, omdat de overige voor de tweede helft van de week op het programma stonden, was er gewoon niet heel veel te doen, leek het. Ik viel mezelf wel een beetje tegen, moet ik zeggen, ik had verwacht mezelf beter alleen te kunnen redden. Maar ik vond dan ook weinig écht leuke boekwinkels, en ook al geen café’s waar je goed uren kon zitten lezen en mensen kijken. Later in de week zagen we wel dergelijke café’s, maar toen was het niet meer echt nodig.
Het hoogtepunt op touristisch gebied was absoluut ons bezoekje aan het eilandje Brännö. Het was toevallig de mooiste dag van de week, met veel zon en geen regen, en eilanden zijn altijd leuk. Verder ontdekten we de dag voor vertrek de leukste wijk van de stad, snuffelden we in tweedehands winkels en gingen naar Julia&Julie, toen het dinsdags zo ontzettend koud en regenachtig was. Ons hotel was top, en met Anna was het heel gezellig. Ik mag dus achteraf niet klagen.
Ook Anna’s congres was leuk om van de zijlijn mee te maken. Twee keer mee geweest naar etentjes van de deelnemers, en zelfs voor een niet-classicus was het inspirerend. Zo’n groep mensen die allemaal enthousiast en geïnteresseerd zijn over/in dezelfde onderwerpen, de gesprekken over toekomstige onderzoeken… het deed me toch stiekem weer denken aan promoveren. Niet dat ik het als een reëele optie zie, maar meedoen aan zulke congressen lijkt me wel heel erg leuk. Net als artikelen schrijven. Ik hoef alleen (nog) niet zo nodig vier jaar bezig te zijn met één onderzoek.
En nuttig was het gesprek met een Vlaamse professor over de verschillen tussen Nederlandse en Vlaamse universiteiten en in het bijzonder over de universiteit in Gent. Ik heb vage plannen in die richting – maar pas als de scriptie af is, natuurlijk – en wat hij me kon vertellen was hoopgevend. Dus wie weet :)
Foto’s zet ik op Flickr
Vakantiezenuwen
november 2, 2009
Eén van de eerste posts die ik schreef voor dit blog ging over mijn geplande reisje naar Göteborg. Sindsdien is de tijd omgevlogen, want woensdag vertrek ik al en allerlei dingen die ik in de tussentijd dacht te kunnen doen, zijn niet gedaan. De tijd lijkt me de laatste tijd door de vingers te glippen. Toen ik een maand geleden naar Terschelling ging, werd ik de ochtend voor vertrek wakker met een knoop in m’n maag. Een knoop, omdat ik het gevoel had dat ik het niet verdiende, een weekendje Terschelling. Omdat m’n scriptie niet opschoot, omdat ik doelen stelde en vervolgens niet haalde. Omdat een weekendje weg is om bij te komen van de drukte van het dagelijkse leven, en ik alleen maar gestresst was door het niets doen en het uitstellen.
Veel is er sindsdien niet verandert, ben ik bang. Natuurlijk, ik heb de afgelopen maand (hele) kleine vorderingen gemaakt op scriptiegebied, en die voelden even als een overwinning, maar nu ik bijna wéér op reis ga, een hele week nu, heb ik een zwaar gemoed. Dit komt niet alleen door de scriptie, hoor, ik heb altijd last van vakantiezenuwen. Hoe graag ik ook reis, en hoe goed ik in de praktijk meestal ook om blijk te gaan met eventuele problemen, de dagen van te voren ben ik altijd zenuwachtig. Ik vraag me dan keer op keer af hoe ik in godsnaam op het idee gekomen ben om op reis te gaan. Zodra ik onderweg ben is dit gevoel volledig verdwenen, maar die wetenschap maakt het er niet beter op.
Wat ik tegenwoordig doe is lijstjes maken. Lijstjes met dingen die ik nog moet regelen voor vertrek, lijstjes met dingen die mee moeten, lijstjes met wat ik moet doen na terugkomst. Maar echt helpen doet het niet. Want waar het om gaat is de verwachtingsvolle spanning, het wachten op wat gaat komen. Dat kan ik niet van me afzetten. En nu, gecombineerd met de gevoelens die deze periode in mijn leven lijken te kenmerken, voel ik me dus schuldig dat ik op vakantie ga. Het lijkt waanzin, nu. Maar goed, drie maanden geleden had ik, logischerwijs, nog drie maanden voor me. Drie lege maanden om alles wat ik voor vertrek gedaan wilde hebben te doen, om daarna met een relatief gerust gevoel aan een welverdiende vakantie te beginnen. Nu voel ik me, jammer genoeg, alleen maar een valsspeler. Iemand die doet alsof ze alles zo goed voor elkaar heeft dat ze begin november wel een weekje weg kan.
Ik ga er maar vanuit dat dit gevoel woensdagmiddag weer uit zicht verdwijnt. En dan de laatste dagen voor vertrek maar proberen een zo’n goed mogelijke versie van mezelf te zijn.
Over eigen verantwoordelijkheid
september 18, 2009
“Kant lays it down that enlightenment is simply the ability of men to determine their own lives, the liberation of themselves from the leading-strings of others, the fact that men become mature and determine what to do, whether it be evil or whether it be good, without leaning excessively upon authority, upon governesses of one kind or another, upon the State, upon their parents, upon their nurses, upon tradition, upon any kind of established values on which the weight of moral responsibility is then squarely laid. A man is responsible for his own acts. If he gives this responsibility up, or if he is too immature to realise it, then he is pro tanto a barbarian, and not civilized – or a child.”
“And elsewhere he wrote: ‘The man who stands in dependence on another is no longer a man at all, he has lost his standing, he is nothing but the possession of another man’.”
[Uit: The roots of romanticism, van Isaiah Berlin (p.70/1)]
Ik vraag me af of hij dit ook voor vrouwen vond gelden. Waarschijnlijk niet. Hoewel ik het niet helemaal eens ben met het idee dat allen jijzelf volledig verantwoordelijk bent voor de loop van je leven, en je van niemand afhankelijk mag zijn om een beschaafd mens te kunnen zijn, heb ik de laatste tijd wel het idee dat veel mensen er maar van uit gaan dat andere mensen hun problemen op moeten lossen en dat ze hulp, of die nu van naasten komt of van de staat, als te vanzelfsprekend zien.
Toegegeven, ook ik heb er moeite mee om zelf de verantwoordelijkheid voor mijn leven te nemen. Dat zit ‘m in kleine dingen: niet met de verzekeringsadviseur van Yarden willen praten, een hekel hebben aan serieuze post waarna je een bepaalde actie moet ondernemen. Maar ook het nemen van (verstrekkende) beslissingen stel ik, en met mij vele anderen volgens mij, bij voorkeur uit. In het boek van Berlin gaat het ook over Kant’s overtuiging dat ‘Man is man, only because he chooses’. Het verschil tussen de mens en de overige levende natuur is dat de mens niet overgelaten zou zijn aan toevalligheden, maar de vrijheid heeft om keuzes te maken. Natuurlijk is dit tot op de dag van vandaag nog een punt van discussie, want misschien zijn de keuzes die wij zelf rationeel denken te maken ook wel een gevolg van generaties lange genencombinaties, maar als we die discussie even laten voor wat ze is: wat als inderdaad onze keuzevrijheid, voortgedreven door onze Wil, ons tot mens maakt?
Volgens Kant maakt die wil het mogelijk te kiezen tussen goed en kwaad, die keuze is dus ook altijd bewust – een crimineel als een geesteszieke behandelen is volgens die gedachte dan ook een belediging. De afgelopen jaren is steeds meer aandacht ontstaan voor het feit dat we zoveel keuzes te maken hebben. Van kinds af aan al zijn er belangrijke en minder belangrijke beslissingen die genomen moeten worden. En omdat we allemaal wel min of meer beïnvloed zijn door dat geloof in eigen verantwoordelijk, in de maakbaarheid van je eigen leven, veranderen veel keuzes die eigenlijk misschien niet zo zwaar zouden moeten wegen, tot enorme gewetenskwesties.
Is het idee dat we nu enorm veel keuzes moeten maken reëel? Of is het vooral een eigentijds verschijnsel dat we daar de nadruk zo op leggen? Zijn dit inderdaad het soort keuzes waar Kant het over had toen hij zei dat de wil het kiezen tussen goed en kwaad mogelijk maakt? In dat geval vraag ik me namelijk af of die enorme hoeveelheid mogelijkheden, en de druk om de goede keuze te maken, onze wil niet het zwijgen heeft opgelegd, of haar in ieder geval hevig in de war heeft gemaakt. Als je een keuze maakt, kies je automatisch voor veel dingen niet en je zult nooit zeker weten of die weggestreepte opties beter of slechter waren dan je uiteindelijke keuze. Hoe kun je daar de verantwoordelijkheid voor willen nemen? Is dat nu vrijheid? Als ik mijn Wil was zou ik daar ook overspannen van raken.
Hoe de nieuwe LB tot geloof in reïncarnatie kan leiden
september 10, 2009
Vandaag heb ik voor het eerst in de nieuwe LB gestudeerd. Of de UBB (Universiteitsbibliotheek Binnenstad), zoals ik ‘m van Pieter moet noemen. Pieter is een vriend van mij en hij werkt in de LB (UBB). Hij is érg enthousiast over de recente vernieuwingen en daardoor konden wij, zijn vrienden, de ontwikkelingen welhaast op de voet volgen. Nou ja, we kregen vooral de indruk dat het nogal mooi ging worden. Van blogs over het wel en wee in de LB (UBB) tot foto’s op zijn iphone van de vorderingen, die de tafel rond gingen. Mijn verwachtingen waren dus erg hoog gespannen.
Ik moet zeggen dat mijn eerste indrukken absoluut goed waren. De entree is prachtig, al dat wit plezierig en het geheel voelt gewoon erg prettig modern. Het enige nadeel is dat de voor de hand liggende werkplekken en computerplekken allemaal bezet waren. Nou ja, bijna allemaal. Een euvel dat de oude LB ook al kende. Ach, vooruitgang kan nu eenmaal niet tot in de uiterste puntjes doorwerken, zo blijkt. Gelukkig vond ik uiteindelijk een stralend witte tafel om mijn Goffe Jensma uit te lezen en een begin te maken in mijn iets eerder uit de reserveringenkast opgehaalde Benedict Anderson. Een plezierige ervaring dus.
Nu had ik al eerder bedacht dat het eigenlijk zonde was dat de LB (UBB) zo mooi werd net nu ik bijna afgestudeerd ben. En omdat ik altijd wel plannen zit te maken, en die plannen ook geregeld nieuwe studieplannen zijn, vind ik eigenlijk dat ik ergens in de komende jaren nog maar een studie moet gaan doen. Gewoon om als student de nieuwe LB (UBB) te kunnen ervaren. Dat het studeren vandaag lekker ging, daar aan die witte tafel, draagt daar absoluut aan bij. Dus mijn nieuwe studieplan is alweer in de maak.
Het is zo jammer dat je jezelf niet in meerdere delen zou kunnen splitsen. Zodat één deel verder kan gaan met studeren, een ander deel in een woonboerderij met veel grond in de buurt van, zeg, Anloo kan gaan wonen, weer een ander deel gaat carrière maken in het buitenland, en dan is er natuurlijk ook nog het deel dat een enorm leuke man ontmoet, trouwt, en thuisblijfmoeder wordt in Haarlem. Maar dat kan nu eenmaal niet. Marion Bloem, begreep ik uit de happinez, gelooft mede om die reden in reïncarnatie, in de hoop dat ze dan in een volgend leven wel toe komt aan de dingen waar ze in het huidige geen tijd voor heeft. Inderdaad een hoopvolle, maar vooral ook geruststellende gedachte.